Groot nieuws op radio en TV!
Tijdens werkzaamheden op het grasveld naast de Grote Kerk, in verband met de kerstmarkt 2011, stootte een medewerker van een tuincentrum op een schedel.
Maar is dit eigenlijk wel zo verwonderlijk? Het antwoord kan duidelijk zijn: nee.
Vanaf de dertiende eeuw tot de opheffing in 1704 is de ruimte naast de kerk begraafplaats geweest: het zogenaamde Grotekerkhof.
Op het kerkhof vonden de minder gegoeden en de allerarmsten hun laatste rustplaats. In tijden van pestepidemieën werden grote kuilen gegraven waarin de doden werden begraven. Was zo'n massagraf vol dan werd er een laagje aarde over geschept en werd er weer een nieuwe kuil gegraven. Na verloop van tijd werden graven ook geruimd en de botten en schedels geplaatst in een knekelhuis in de buurt van de kerk.

Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de grond regelmatig werd opgehoogd. In de ophogingslagen werden resten van lijkkisten en talloze botten en schedels aangetroffen. We mogen gerust aannemen dat er in die vijf eeuwen duizenden op het kerkhof zijn begraven, onder wie veel kinderen vanwege de hoge kindersterfte. Uit de grafboeken weten we dat er bijna dagelijks doden op het kerkhof en in de kerk werden begraven.
Na de opheffing van het kerkhof in 1704 werd de ruimte beplant met bomen en gras. Maar dat het ooit een kerkhof is geweest, bewijzen de steeds weer ‘opduikende' schedels en botten.