In de Middeleeuwen was het hoogkoor het liturgisch hart van de kerk. Sinds de verheffing tot kapittelkerk in 1367 brachten kanunniken, priesters en koorknapen vele uren door in deze overweldigende ruimte. Evenals in het Mariakoor zullen in het hoogkoor na de brand van 1457 koorbanken hebben gestaan. Gegevens hierover ontbreken echter.

De vroegrenaissance koorbanken die zich nu in het hoogkoor bevinden zijn gemaakt in de jaren 1538 tot 1542. Het is niet bekend wie de makers van de koorbanken zijn geweest. Matthijs Balen noemt in zijn beschrijving van de Stad Dordrecht (1677) de naam van een zekere Jan Terwen Aertsz. als de maker van het koorgestoelte. Alle pogingen om deze persoon te achterhalen, moeten echter als mislukt worden beschouwd. De koorbanken kunnen nooit het werk van één man zijn geweest, maar zijn het eindproduct van een samenwerking tussen schrijnwerkers en beeldsnijders. In de hele uitvoering van het koorgestoelte is duidelijk de invloed te zien uit de school van Jehan Mone uit Mechelen. Mone, in dienst van keizer Karel V als maître artiste de l´empereur, was voor de geschiedenis van de beeldhouwkunst in Vlaanderen de belangrijkste figuur in de eerste helft van de zestiende eeuw. Hij heeft, volgens dr.D. Roggen in de Geschiedenis van de Vlaamsche kunst, een zuiver vroegrenaissance-stijl ingevoerd in de Nederlanden en op zo ruime schaal verspreid dat men terecht van een Monestijl in deze periode mag spreken.
De Dordtse koorbanken staan in twee verhogingen achter elkaar en bevatten zestig zitplaatsen, gescheiden door tussenleuningen. De lange banken zonder tussenleuning boden plaats aan de koorknapen en officianten. In totaal konden hierop zo´n veertig personen plaats nemen. De achterste rijen zijn voorzien van een lessenaar, waarop zich nog restanten van kaarshouders bevinden. De totale lengte van de koorbanken bedraagt eenentwintig meter.
Voor de afbeeldingen op de koorbanken hebben, zoals gebruikelijk in die dagen, prenten als voorbeeld gediend. Voor de Dordtse koorbanken is vooral gebruik gemaakt van prenten van onder meer Albrecht Dürer, Hans Sebald Beham en Titiaan. Zie hiervoor het boek de koorbanken van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk te Dordrecht (1997).