De Wereldmaaltijd

Wereldwijd is er meer dan 2,4 kg voedsel per persoon per dag beschikbaar
De wereld biedt genoeg voedsel voor iedereen, als we 't maar eerlijk zouden verdelen. Met de hoeveelheden die elke dag voor elke wereldbewoner beschikbaar zijn, is een lekkere maaltijd te bereiden. We hebben dit de Wereldmaaltijd genoemd. De Wereldmaaltijd is een goede aanleiding om stil te staan bij de oorzaken van honger en voedseltekorten.

Iedere bewoner zou dit elke dag kunnen eten:

264 gr.           Tarwe
269 gr.           Rijst
268 gr.           Mais
60 gr.             Gerst
68 gr.             Overige granen
145 gr            Aardappelen
313 gr.           Knolgewassen
25 gr.             Peulvruchten
303 gr.           Groenten
212 gr.           Fruit
50 gr.             Suiker
260 gr.           Melk
57 gr.             Vis
50 gr.             Olie

Voedsel genoeg voor iedereen

Op basis van recente cijfers (2001) van de FAO (=Food & Agriculture Organisation), de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, heeft Stichting WereldDelen uitgerekend dat er momenteel 2344 gram p.p. per dag aan rijst, graan, aardappelen, groenten, plantaardige en dierlijke eiwitten en vetten per wereldbewoner beschikbaar is zodat de wereldvoedselproductie gelijk verdeeld zou zijn. En zoals je ziet is dat erg veel!

De Wereldmaaltijd laat zien dat er meer dan voldoende voedsel is voor iedereen.

De productiecijfers van de afgelopen 20 jaar tonen aan dat ondanks een stijging van de wereldbevolking met meer dan 1,5 miljard mensen, de voedselproductie gelijke tred heeft weten te houden.
Volgens schattingen van de FAO kan onze aarde zelfs genoeg opbrengen om het dubbele van haar huidige bevolking te voeden. Er is dus geen gebrek aan voedsel. Het beschikbare voedsel is alleen erg ongelijk verdeeld.

Honger is dan ook geen gevolg van schaarste, maar van ongelijke verdeling. Het is een kwestie van politieke wil op internationaal niveau, om honger voorgoed uit de wereld te helpen.

Één procent groei van het nationaal inkomen van de rijke (OESO-) landen (= Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling) biedt al genoeg inkomen om de allerarmsten in de wereld een inkomen van meer dan twee dollar per dag te bieden en daarmee van de honger te bevrijden.

In 1996 stelden de wereldleiders zich ten doel om in 2015 het aantal hongerige mensen in de wereld te hebben gehalveerd. Daar is nog maar bedroevend weinig van terecht gekomen. Volgens ruwe schattingen van de FAO waren er in 2002 meer dan 800 miljoen ondervoede mensen; dat is 13% van de wereldbevolking.

(bron; www.omslag.nl)

Politiek voor mes en vork

Een gemiddeld Nederlands gezin gooit per jaar ongeveer 165 kilogram voedsel weg; dat zijn zo'n zes winkelwagentjes vol! Drie wagentjes bevatten brood-, vlees- en drankresten. De andere drie zitten vol met voedsel dat nog in de verpakking zit.

(bron; Milieu Centraal)

Iedereen kan elke dag bijdragen aan een eerlijker wereldvoedselverdeling. Door niet méér te nemen dan het rechtmatig Wereldburgerdeel. Niet alleen wat voedsel betreft, maar in ons hele consumptiegedrag. Zo kunnen we een geloofwaardig voorbeeld zijn voor de bevolking van de Derde Wereld. Dan wordt eten 'politiek bedrijven' met mes en vork.

(bron; www.omslag.nl)

Bewust omgaan met voedsel

De productie van vlees en ei is niet verwerkt in de Wereldmaaltijd, wel kan er een stukje vis en een flinke hoeveelheid melk bij zitten. Wij hebben dit gedaan vanwege de verspilling van eiwit, die het gevolg is van de productie van vlees. Voor het voeren van dieren worden veel landbouwproducten gebruikt die voor menselijke consumptie geschikt zijn. Veevoerproducten zoals soja, tapioca en cassave komen voor een groot deel uit ontwikkelingslanden als Brazilië en Thailand. Afhankelijk van de soort veeteelt is voor 1 kilo vlees 3 tot 7 kilo graan, soja, tapioca e.d. aan veevoer nodig. Hiermee wordt een zwaar beslag gelegd op de wereldvoedselvoorraad.
Vlees vraagt ook veel energie. Niet alleen bij de productie, maar ook bij het vervoer, soms over de halve aardbol.
Vooral de intensieve veehouderij draagt bij aan het mestoverschot en de verslechtering van het milieu.

(bron; Stichting WereldDelen)