De toren

De toren van de Grote Kerk had er eigenlijk uit moeten zien zoals op het plaatje hiernaast. Het gevaarte helde echter in de 16de-eeuw al over. Eeuwenlang is er gebouwd aan de Grotekerkstoren. In de huidige tijd is zo'n langdurig bouwproces ondenkbaar, maar 600 jaar geleden was dat vanwege de beperkte middelen en technieken niet ongebruikelijk.
Met de bouw werd begonnen in het begin van de 14de eeuw. Ruim honderd jaar later, rond 1450, was het werk gevorderd tot de omloop. Maar toen sloeg het noodlot toe. Bij de grote stadsbrand in 1457 werden kerk en toren zwaar gehavend. De herbouw gaf de kans om de plannen te herzien. De toren zou een achtkantige bekroning van natuursteen krijgen en maar liefst 108 meter hoog worden. De toren begon in die tijd al te verzakken en vervaarlijk over te hellen. Een bijna 50 meter hoge torenspits zou desastreus kunnen zijn, daar werd dan ook van afgezien. Er bestonden plannen om de toren af te breken en de kerk te vergroten. De vrijstaande westingang van de toren herinnert daar nog aan. Uiteindelijk werden in 1626 de vier kolossale wijzerborden aangebracht, die tot op vandaag het silhouet van 'de Dordtse Dom' bepalen. De uiteindelijke hoogte van de toren werd daardoor 65 meter. (Vanaf onderkant fundering 72 m).

Overhellen gestopt

Bij de restauratie van 1953 tot 1973 is de verdere verzakking van de toren tot staan gebracht en zijn de originele traceringen weer aangebracht. Ook kreeg de omringende bebouwing een stijlvolle vorm en bestemming. De toren staat nu 2,25 meter uit het lood en zet zich met zijn gewicht van 12 miljoen kilo schrap tegen het noordwesten: een symbool van Hollands oudste stad en haar relatie tot wind en water.
De moeite van het beklimmen van 275 traptreden wordt beloond met een groots uitzicht. Dichtbij ligt de oude binnenstad met de havens aan het drukst bevaren rivierenknooppunt van Europa. Verder weg strekt de stad zich uit in zuidelijke en oostelijke richting bijna uit tot aan de Biesbosch. Zichtbaar zijn onder andere de centrale in Geertruidenberg, de petrochemische industrie in Moerdijk en als het meezit zelfs de toren van Breda. Naar het oosten en het noorden zijn plaatsen als Gorinchem en Gouda te onderscheiden en soms zelfs de Utrechtse Domtoren. In westelijke richting zijn onder andere de Brienenoordbruggen en de Euromast te zien.

De toren
uurwerk

Uurwerk
Ter hoogte van de torentrans bevindt zich het uurwerk, in 1624 vervaardigd door de Dordtenaar Jan Janszoon. Het heeft twee slagwerken en een gangwerk. In 1663, kort nadat Christiaan Huygens het slingeruurwerk had uitgevonden, werd het gangwerk door Simon Douw omgebouwd en voorzien van een slinger van 6,25 meter lengte. Tot in de Jaren dertig deed dit uurwerk dienst.

Bij de restauratie in 1966 werd het teruggebracht in de oorspronkelijke toestand, dat wil zeggen met een foliot of waag in plaats van een slinger. Op de vier wijzerborden met cijferringen van 4,25 meter doorsnede werden toen ook de grote wijzers aangebracht. Daarvoor bestond het uurwerk slechts uit kleine wijzers die het uur aangaven. Tegenwoordig is het uurwerk het enige in Nederland dat nog werkt met een foliot. De gewichten voor gangwerk, half- en heelslag wegen 160, 220 en 300 kilo. Ze hangen aan touwen en worden elektrisch opgewonden.

Beiaard
In 1966 kreeg de gemeente dit klankrijke instrument aangeboden. Het was een geschenk van de bevolking en het bedrijfsleven. De gemeente Dordrecht heeft de beiaard vanaf het begin gekoesterd. Daardoor werd een zuiver klimaat geschapen voor een serieuze beiaardcultuur die zijn uitstraling kreeg voor de gehele Nederlandse beiaardkunst. De Dordtse beiaardkring vormt een enthousiast 'klankbord' voor de beiaardkunst. Met meer dan duizend leden is dit de grootste beiaard-organisatie ter wereld.

De Dordtse beiaard geniet vooral vanwege zijn goede akoestiek, zuivere toon en uitstekende bespeelbaarheid internationale bekendheid en is te vergelijken met Antwerpen, Mechelen, Utrecht en Brugge. De 67 klokken van de beiaard zijn opgesteld in een reusachtige klokkenkamer van 14x10x10 meter. De zwaarste klokken, inclusief de klok voor het halve uur, hangen in de ruim 500 jaar oude klokkenstoel, de negenendertig hogere in een aparte houten stoel daarboven. De zwaarste klok weegt 10.000 kilo. De vierde klok is de oudste en dateert van 1460. In een 17de-eeuwse vertaling luidt het Latijnse randschrift: Gelijk de stemme roept in de woestijne, zoo luydt gy vrolijk in 't openbaer voor den gezalfde, met een heldre stemme: bereyd den weg voor den Heere. Daerom zulje Jan worden geheeten.

De overige 48 klokken van de beiaard werden in 1965 gegoten door Koninklijke Eijsbouts te Asten. Bij iedere uurslag weerklinkt de grootste klok. Voor het halve uur is er een speciale klok met een gewicht van 2300 kilo, in 1681 gegoten door Joannes Ouderogge uit Rotterdam. Voor het hele en halve uur speelt een automatische voorslag, waarop 37 klokken zijn aangesloten. Het machtige zesgelui dat tot ver in de omtrek wordt gehoord, klinkt alleen op kerkelijke hoogtijdagen en wordt door vrijwilligers met de hand geluid. Bij andere al dan niet kerkelijke gelegenheden worden kleinere reeksen geluid volgens een vast rooster. Zonder klepels bedraagt het totale gewicht van de klokken circa 52.000 kilo.

Stadsbeiaardiers
Sinds de bouw van de huidige beiaard in 1966 beschikt Dordrecht over stadsbeiaardiers die op markten feestdagen en bij bijzondere gelegenheden de klokken bespelen. De stadsbeiaardier Boudewijn Zwart   en gastspelers uit binnen- en buitenland geven in juni, juli en augustus op donderdagavond concerten. Dan blijkt eens te meer dat de Dordtse beiaard een prachtig instrument is waarop recente en oude muziek zowel origineel als bewerkt, volledig tot zijn recht komt. Wat het geheel een extra feestelijk tintje geeft is de speciale Dordtse vlag, die bij goed weer tijdens de beiaardconcerten wordt gehesen.